Botresten van 14e-eeuwse konijnen zijn gevonden in kasteelruïne Valkenburg. En vóór de tweede helft van de 14e eeuw waren er nog geen wilde konijnen in wat nu Nederland is.
Het konijn werd in de vroege Middeleeuwen vanuit Zuid-West-Europa naar ‘België’ gebracht, waarschijnlijk door monniken, en werd daar vanaf de 13e eeuw door de adel gehouden in waranden.

Warande – Pieter Brueghel de Oude
Een warande was een omheind jachtterrein met soms een aangelegde terp, een konijnenmotte, als mogelijkheid om te nestelen. Het konijn stond tot in de 14e eeuw in hoog aanzien en werd in hoge kringen als relatiegeschenk gebruikt.

Misschien hebben de Heren en Vrouwen van Valkenburg ook hun eigen warande gehad. De straat ‘Konijnsgracht’ in Valkenburg, vlak bij de kasteelruïne, zou hierop kunnen wijzen. Wel is zeker dat de valkenjacht plaatsvond vanuit kasteel Valkenburg: bij het kasteel zijn resten gevonden van 11e- en 12e-eeuwse vogels, jachtbuit van de valkenjacht. Het betrof soorten als duif, blauwe reiger, houtsnip, patrijs, ekster, kraai en wilde eenden- en ganzensoorten. Ook hazenbotten uit dezelfde periode werden gevonden.
De valkenjacht was de variant van de jacht met het meeste aanzien en was een privilege van de adel — adellijke sport nummer één.
Ook de adellijke vrouwen deden mee aan de valkenjacht. De zus van Karel V, Maria van Hongarije (1505–1558), bezat een heel scala aan minstens tien verschillende soorten valken. Talrijke afbeeldingen uit de 14e en 15e eeuw tonen vrouwen te paard in prachtige stoeten met een valk op hun hand.
Maria van Bourgondië (1457–1482) liet zich ook afbeelden met een valk op haar hand. Helaas werd de valkenjacht haar fataal: ze overleed op 25-jarige leeftijd aan een noodlottige val met haar paard.

Maria van Bourgondië met een valk in haar hand
Sommige middeleeuwse edelvrouwen waren onafscheidelijk van hun valk: ze namen hem mee naar de kerk of gingen met hun valk aan tafel. Wellicht werden valken gebruikt om wilde konijnen te vangen om als maaltijd te dienen. Konijnenvlees werd immers als delicatesse beschouwd in de Middeleeuwen: de Franse hofkok Taillevent nam 25 recepten met konijnenvlees op in zijn 14e-eeuwse kookboek, en koning Hendrik IV van Engeland at konijnen in stroop bij zijn kroningsfeest in 1399. De Heren van Valkenburg zouden dat gerecht ‘knien in ’t zoer’ genoemd hebben.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.


