In de 19e eeuw was Maastricht sterk gericht op Parijs. Rond 1800 toen Zuid-Limburg was bezet door de Fransen was dat wel anders. De bevolking probeerde op allerlei manieren aan de Franse onderdrukking te ontkomen.

Het Franse revolutionaire leger

In 1795 namen de Fransen gebieden in waarvan Zuid-Limburg deel uitmaakte. Het antikerkelijke Franse regime probeerde de hele kerkelijke structuur af te breken. Instellingen zoals kloosters en kapittels werden opgeheven. Alleen parochiekerken mochten blijven bestaan. Processies en bedevaarten werden verboden. De antikerk-politiek in Frankrijk had er intussen voor gezorgd dat honderden priesters vluchtten naar Limburg: in 1793 herbergde Maastricht ruim 500 Franse priesters.

In 1797 moesten alle priesters de Franse eed van haat aan het koningschap afleggen. Alleen onder die voorwaarde mochten ze missen lezen in hun kerk.

Het eiland Ré

De kerk van de priesters die weigerden werd gesloten en verzegeld en de kerkelijke bezittingen in beslag genomen. Daarbij riskeerden ze verbanning naar het Franse eiland Ré. Alle 16 priesters van het kanton Valkenburg weigerden de eed af te leggen. Eedweigering leidde er in Maastricht toe dat de OLV-kerk een smederij werd, de St.Matthijs een bakkerij en de St.Servaas een hooischuur.

De Nicolaaskerk – Alexander Schaepkens

De Zuid-Limburgse priesters zaten in de tang: de eed weigeren was riskant, de eed afleggen betekende minachting van de parochianen. Pastoor Cuypers van de oude St.Nicolaaskerk op het OLV-plein legde de eed af en sprong op een winternacht uit wanhoop in de Maas en verdronk. Pastoor Aussems van Meerssen weigerde de eed en trok verkleed als marskramer langs dorpen om heimelijk sacramenten toe te dienen en missen te lezen. Verschillende andere eedweigeraars gebruikten de mergelgrotten om er missen te lezen. Zo ook pastoor Schepers van Berg en Terblijt die zich van 1798 tot 1801 schuilhield in de Geulhemmergroeve, waar hij drukbezochte missen las, baby’s doopte, huwelijken sloot, de biecht afnam en zelfs processies organiseerde.

De Franse kapel in de Geulhemmerberg

Joannes Claessens had er een schuilkapel uitgehouwen in de mergel en met tekeningen versierd. De kapel had hij voorzien van altaar, preekstoel, biechtstoel, doopvont, sacristie en koorbank. Hij had zelfs gedacht aan een holte voor de wijwaterkom en een geheime holte voor de hosties. Op de wanden tekende hij o.a. de bisschoppen Monulfus en Gondulfus, de wederopstanding en de drie koningen met paarden en banieren. Langs de processieroute in de gangen tekende hij Maria’s in driehoekige mantel met kind als wegwijzer voor de gelovigen.

O.L.V. Sterre der Zee

Het geheel was erg sfeervol en is nog steeds in gerestaureerde vorm te bewonderen op Tweede Kerstdag. Nederlandse burgers betrokken bij het Franse bestuur probeerden de grottenpriesters te beschermen. Toen er een spion bij ‘administrateur’ Coenegracht kwam klikken dat er eedweigeraars actief waren in de grotten van Geulhem en Valkenburg zei Coenegracht dat zijn gezag slechts bovengronds gold en dat ondergronds het gezag van de duivel gold.

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.