Elk jaar wordt het een keer elfde van de elfde. En voor Limburgers is die dag eerst en vooral het begin van het Carnavalsseizoen. Maar 11 november is ook het feest van Sint Maarten, ofwel Martinus van Tours, bisschop van de Franse stad Tours, die op 11 november 397 is begraven.

Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar – van Dijck
Hij was Frankrijks populairste heilige en werd door koning Clovis uitgeroepen tot patroonheilige van de Frankische koningen en van het Frankische volk. Eigenlijk voorbestemd om Romeinse soldaat te worden, koos Martinus voor het kluizenaarsleven. Hij fungeerde als duivelsuitdrijver, stichtte het eerste Franse klooster, werd tegen zijn zin gekozen als bisschop en verspreidde het christendom in Gallië. Hij werd zo populair omdat hij ondanks zijn positie eenvoudig bleef en zorgde voor de armen. Tot de huidige tijd is hij vooral bekend vanwege het verhaal van zijn mantel waarvan hij de helft aan een bedelaar gaf toen hij nog soldaat was.
Zijn roem verspreidde zich vooral ook naar België en Nederland: talloze kerken en kapellen werden naar hem vernoemd. Tussen de 10e en de 14e eeuw werden in Zuid-Limburg 12 Martinus-kerkgebouwen opgericht. Opvallend is dat 10 van deze gebouwen langs of in de buurt van de Maas werden gebouwd: in Breust (Eijsden), Gronsveld, Wijck (Maastricht), Houthem (kapel van proosdij Meerssen), Borgharen, Itteren, Geulle, Beek, Stein en Urmond.

Martinuskerk Geulle
Verder naar het noorden tot Venlo verschenen nog eens 9 Martinuskerken langs de Maas (in Born, Holtum, Kessenich, Linne, Beegden, Horn, Neer, Tegelen en Venlo, waar een stukje van de mantel van Martinus wordt bewaard). Waarom werden er zoveel Martinuskerken aan de oevers van de Maas gebouwd? Bestond er Martinuskoorts in Limburg die zich via de Maas verspreidde? Had Martinus de Maasoevers als een geschikte gebedsplaats aangewezen? Wie het weet mag het zeggen.

Sint Maarten deelt zijn mantel
De verering van Martinus van Tours leverde niet alleen talloze kerken op, maar ook een aantal woorden die in onze taal terechtgekomen zijn. De gebedsruimte in het paleis van de Frankische koning waar de mantel van Martinus werd bewaard, heette capella naar het Latijnse woord voor mantel, cappa. Ons woord kapel is op die manier afgeleid van het Latijnse woord voor mantel. Net zoals het woord kapelaan afkomstig is van het Latijnse capellanus, de bewaarder van de gebedsruimte met de Martinusmantel. Naast de ’Martinuswoorden’ bestond de erfenis van Martinus ook uit allerlei Maartensfeesten en -gebruiken: de Maartensvuren, het eten van de Maartensgans op 11 november en het drinken van Maartenswijn.

De wijn van het sint Maartensfeest – Pieter Bruegel
In Middeleeuws Zuid-Limburg werd er wijn verbouwd vooral in de 14e en 15e eeuw en werd net als in andere wijngebieden 11 november gevierd met het proeven van de nieuwe lokale wijnoogst. Pieter Bruegel maakte een schilderij van ‘De wijn van het Sint Maartensfeest’ dat in 2010 werd ontdekt als Bruegelschilderij en voor 7 miljoen euro werd verkocht aan het Prado in Madrid. Op het schilderij is te zien (als je het uitvergroot) dat ook kinderen van de nieuwe wijn mogen proeven.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.


