In het stadje Eijsden was er al vroeg economische activiteit vanwege zijn ligging aan de Maas: er was al vanaf het einde van de 14e eeuw een levendige Maashandel in een hele reeks producten. Maar het bleef niet bij handel en nijverheid.

De koperslager – De Braekeleer

In de 17e en 18e eeuw kwamen er een koperfabriek en daarna een lakenfabriek (stoffenfabriek). In 1612 sticht Nicolaas Ruland een ommuurde koperhof in de Kerkstraat. Nicolaas is gevlucht uit Aken zoals vele protestantse kopermeesters. De katholieke Spaanse Nederlanden voeren een handelsoorlog met Aken en bezetten Aken. Als protestanten wijken de kopermeesters uit naar Stolberg. Maar Nicolaas waagt zijn kansen in het ‘Spaanse’ Eijsden.

De burcht van Stolberg

Hij is er welkom en wordt zelfs gesponsord door het Spaanse bestuur: ook de Spanjaarden hebben koperproducten nodig. In Aken mocht niemand meer dan 2 koperovens in bedrijf hebben. Nicolaas bouwt er 6 met 6 koperbatterijen in zijn koperhof. Met zink- en kopererts wordt daar messing gemaakt.

De vader van Maarten Luther – Lucas Cranach

De zinkerts, kalamijn, komt met kar en paard via het Geuldal uit Moresnet. De kopererts is aanvankelijk afkomstig uit de Harz in Duitsland, o.a. uit het plaatsje Mansfeld waar de vader van Luther een kopermijn exploiteert. Misschien zijn daarom de meeste koperslagers protestant. (de link kopermeesters en protestanten is er ook in protestantse kerken: de koperen kroonluchters geven genoeg licht bij het lezen uit de bijbel) De kalamijn wordt gemalen in een kalamijnmolen in het bezit van Jan de Lamargelle, heer van Eijsden. In de Kerkstraat worden de gemalen ertsen gesmolten in ovens, die dag en nacht branden, en tot repen messing gegoten. In een kopermolen in Maartensvoeren worden de repen tot platen geslagen. Later in de 17e eeuw worden er 3 kopermolens in Sint Maartensvoeren gebruikt en 1 in Mesch. Op de koperhof worden van de platen ketels en koperdraad gemaakt. Per jaar wordt er 180.000 pond messing gemaakt. Maar het noodlot slaat toe: door de belegering van Maastricht in 1632 komt de koperproductie tot 1656 stil te liggen. Dan start de kleinzoon van Nicolaas, Johannes Ruland, de fabriek weer op. Eerst lopen de zaken goed. De koperfabriek met molens en transporten leveren aan heel wat mensen werk.

Watermolen – van Gogh

Er zijn allerlei vakmensen nodig voor het werk in de ateliers van de koperfabriek: een soldeerhuis, draaihuis, gloeihuis en draadhuis. Maar Johannes loopt schulden op en raakt bedolven onder een steeds grotere schuldenlast: in 1685 wordt de complete huisraad van Johannes openbaar verkocht, inclusief zijn hoofdkussen. Familie Elias brengt de koperproductie opnieuw tot bloei tot 1714. Met de dood van Lambert Elias valt het doek definitief voor de Eijsdense koperfabriek. De gebouwen in de Kerkstraat worden daarna als pakhuis voor koopwaren gebruikt en vanaf 1775 als lakenfabriek geleid door de gebroeders Scheibler. Het huidige bedrijf SBE treedt in de voetsporen van de Eijsdense metaalproductie. SBE werkt mee aan de productie van 170 km unieke stalen buizen straks nodig voor de Einstein Telescoop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.