Het is zomer 1496 in Maastricht, een stad van circa 17.500 inwoners. De klokken luiden, pijpers spelen op hun bazuinen en er staan ongeveer 10.000 mensen op het Vrijthof die met zijn allen op hoorns blazen.

Bazuinen en trommels

Het gaat hier niet om een Middeleeuws Hermeniekesconcours. Maar om pelgrims die op hun hoorns blazen nadat de Servaasrelieken zijn getoond in de buitengalerij van de apsis van de Servaaskerk. Ze zijn op Heiligdomsvaart in Maastricht. Deze duurt 2 weken en wordt rond 1500 door zo’n 100.000 mensen bezocht. Vanaf de 6e eeuw komen er al pelgrims naar het graf van Servaas. Later ontstaat er een Heiligdomsvaart die tussen 1400 en 1600 haar bloeitijd beleeft. Maastricht wordt dan het Rome van het Noorden genoemd.

Het tonen van een Servaasreliek in de buitengalerij van de Servaaskerk

Pelgrims komen uit heel Europa naar Maastricht voor de Heiligdomsvaart: o.a. uit Hongarije, Scandinavië en Frankrijk, in het bijzonder Bretagne waar Sint Servaas erg populair is (in de 15e eeuw zijn er 23 Servaas-cultusplaatsen in Bretagne). Een pelgrimstocht was ideaal voor reislustigen. Maar de meeste pelgrims wilden via een Heiligdomsvaart aflaten krijgen, waarmee je na je dood het verblijf in het vagevuur kon verkorten. Het zien van de relieken van Servaas die elke dag van de Heiligdomsvaart getoond werden, leverde de pelgrims een aflaat op. Als bewijs kregen zij een toningsformulier met afbeelding van de getoonde relieken.

Toningsformulier van de heiligdomsvaarten Maastricht, Aken en Kornelimünster

Het bezoeken van bedevaartplaatsen in de buurt zoals Aken, Kornelimünster, Aldeneik, Rolduc, Susteren en Tongeren leverde extra aflaten op. Er waren ook beroepspelgrims die tegen vergoeding pelgrimstochten liepen voor het zielenheil van overledenen.

Ijsheiligen Pancratius, Servatius en Bonifatius – Verstijnen

Sint Servaas werd aangeroepen tegen koorts bij mensen en vee, tegen de pest en tegen doodsangst. Hij is echter ook een van de ijsheiligen en daarmee beschermer van de landbouw. Maar bovenal bezat Servaas de sleutel van de hemelpoort en stamde hij af van Jezus waarmee hij de macht had de pelgrim tzt binnen te laten of een goed woordje voor de pelgrim te doen bij God zelf. Zonder aandenken aan Servaas was je Heiligdomsvaart niet compleet. Pelgrims kochten massaal insignes van tin en lood waarvan er zo’n 150 varianten bekend zijn.

De sleutel van Sint Servaas

Zilversmeden maakten duurdere insignes van edelmetaal. Voor overnachting konden de vele pelgrims in de stad terecht bij de gasthuizen: in het Servaasgasthuis kon je 3 dagen gratis eten en slapen. Maar de slaapplaatsen die particulieren aanboden waren onmisbaar. Zo ging het ook met voeding voor de pelgrims: 14 dagen lang mocht iedereen in de stad vlees en andere levensmiddelen te koop aanbieden. Voor vertier zorgden stadsspeellieden, de stadstorenwachters die tevens beroepsmuzikanten waren. Zij kondigden de reliekentoningen aan met bazuingeschal. Het bestormen van de burcht was een vast vermaak bij de Heiligdomsvaart.

Sint Servaasgasthuis – Klotz

 

Een houten burchttoren werd gebouwd midden in de Maas, die door schippers en vissers bestormd moest worden. Verdedigers konden de toren laten draaien waardoor menige aanvaller in het water viel.

 

 

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.