Vroeger was het in de Vastentijd niet toegestaan om eieren te eten. De vers gelegde eieren werden verzameld en bewaard in aardewerkpotten gevuld met kalkwater. De kalk sloot de poriën van de eierschaal af waardoor de eieren langer houdbaar bleven. Tot de jaren dertig van de vorige eeuw werden in de Goede Week in Zuid-Limburg een gedeelte van de bewaarde eieren opgehaald en naar pastoor gebracht.

Koerjonges

Ook de koster, de mensen die het kerkgebouw onderhielden en de misdienaars kregen een portie eieren. Voor de koerjonges werden de eieren gekookt en geverfd door de huishoudster van de pastoor. Ongekookt zouden de eieren immers de weg naar huis niet overleven. In de Goede Week werden de bewaarde eieren met natuurlijke middelen door de ouders geverfd als de kinderen in bed lagen. Paasmorgen kon de speurtocht naar de Paaseieren, in de tuin verstopt, beginnen.

Tsjechische paaseieren

De kerkklokken mochten niet luiden van Witte Donderdag tot Paaszondag, een soort rouwperiode vanwege de dood van Christus. Aan de kinderen werd verteld dat alle klokken, van vleugeltjes voorzien, dan naar Rome vlogen en daar de zegen van de paus kregen. Op de terugweg verzamelden ze onderweg Paaseieren die ze in (katholieke) tuinen lieten vallen.

Paasklokken

De eieren waren gekleurd en breukproof bij de val. De kinderen van Maastricht en de Maasdorpen vonden het wel jammer dat er de nodige eieren in de Maas terecht zouden komen. De Vlaamse uitdrukking ‘Bim bam beieren, de klokken leggen eieren’ is afkomstig van het verhaal van de Paasklokken. Met Pasen kwamen dan bij iedere maaltijd de Paaseieren op tafel.
3 eieren per maaltijd eten was niet ongebruikelijk. Vandaar het versje:
‘Eén ei is geen ei,
Twee eieren is een half ei,
Drie eieren is een paasei!’

Paaskaart

In protestants Nederland was het verhaal van de Paashaas overgenomen van Duitsland, waar het was opgetekend door de gebroeders Grimm. Hun verhaal zou gebaseerd zijn op de Germaanse verering van Ostera, godin van de lente en de vruchtbaarheid, die zich vertoonde in de gedaante van een haas. De haas was ook een vruchtbaarheidssymbool. Maar ook in christelijke afbeeldingen kwam de haas al vroeg voor: het driehazensymbool verwees naar de drievuldigheid, de drie-eenheid van God de vader, de zoon en de Heilige Geest. Dit symbool werd uitgebeeld door 3 hazen in een cirkel met de oren aan elkaar verbonden.

Meisje met hazelaartakken

De overgang van Paasklokken naar Paashaas was dus niet zo’n grote stap. En deze overstap was nodig omdat via de commercie de Paashaas steeds meer aanwezig was. In de winkeletalages verschenen steeds meer chocoladehazen o.a. onder invloed van de Amerikaanse Paas-chocolade-industrie. Vanaf de jaren zeventig waaide een nieuwe Paastrend over uit Duitsland: de Paasvaas. Met de takken van krulwilg of hazelaar in een vaas, versierd met eitjes, kon je de Duitse Paasboom imiteren. De Paasboom symboliseert de kracht van de boom die iedere lente weer groen wordt net zoals de eieren die de boom versieren verwijzen naar nieuw leven.

 

 

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.