
Een bogaard uit 1811
Bogaarden of begarden waren de mannelijke variant van de begijnen. Net als begijnen waren ze leken en legden ze alleen geloften af van kuisheid en gehoorzaamheid. Niet van armoede. Anders dan begijnen leefden ze in kloosters. In Maastricht stichtten bogaarden een klooster met brouwerij in de Witmakersstraat in 1268.
Zij deelden het gebied rond de Jeker met leerlooiers en lakenwevers (witmakers bewerkten huiden van kleine dieren met wit aluin). De Maastrichtse bogaarden kwamen aan de kost met weven en bedelen.

Middeleeuwse monnik aan het weefgetouw
Maar het maken en verkopen van stoffen bracht hen regelmatig in conflict met de lakenweversambachten. Einde 15e eeuw schaften ze meer weefgetouwen aan, maar van de magistraat mochten ze er niet meer dan 8 gebruiken om niet te veel te concurreren met de lakenwevers. Vanaf de 15e eeuw legden ze zich ook toe op het kopiëren en inbinden van boeken. Dankzij hun kopieerwerk bleven een aantal kostbare manuscripten bewaard, waaronder ‘Het leven van Sint Servaas’. In binnen- en buitenland worden nog een vijftigtal van hun manuscripten bewaard. De Maastrichtse bogaarden illustreerden de gekopieerde teksten ook wel met gedrukte gravures die ze soms inkleurden.

Scriptorium Echternach
In de British Library werden zo’n 380 gravures teruggevonden ooit ingeplakt door de Maastrichtse bogaarden . Zo speelde het Bogaardenklooster een belangrijke rol bij de overgang van het handgeschreven naar het gedrukte boek en bleken de Maastrichtse bogaarden voorlopers van het knip- en plakwerk van onze tijd. Een bijkomende taak was lesgeven: enkele Maastrichtse bogaarden doceerden Latijn en Nederlands. In de 14e eeuw ontstonden de sekte van de Adamieten en de geloofsgroep van de Broeders en Zusters van de Vrije Geest. Zij vereerden Adam omdat hij werd beschouwd als de enige zondenvrije persoon ooit op aarde. Deze groepen hielden ervan om in navolging van Adam naakt te lopen.

Adamieten gearresteerd in Amsterdam in 1535
Zij werden dan ook door de Kerk vervolgd. Enkele Broeders van de Vrije Geest infiltreerden in gemeenschappen van bogaarden . Daardoor werden in 1312 bogaardenbroederschappen verboden, behalve in de Nederlanden. In Maastricht konden de bogaarden blijven en hun werk voortzetten. In 1646 sticht de prior van het Maastrichts bogaardenklooster een Aartsbroederschap van de Allerheiligste Drievuldigheid ter Verlossing van Gevangenen.

Barbarijse piraat
Deze broederschap is gericht op het inzamelen van geld voor het vrijkopen van christenslaven. Van de 16e tot de 19e eeuw worden Europeanen gevangengenomen en als slaven aangesteld door de Ottomaanse kaperrepublieken in Noord-Afrika en door Marokko en Egypte. Minstens 1 miljoen Europeanen zouden toen in slavernij zijn gevoerd.
De aartsbroederschap is een groot succes. In 1670 bedraagt het aantal ingeschrevenen 10.000. Het zijn Belgen, Duitsers en Nederlanders uit Limburg, maar vooral uit Holland en West-Friesland waar veel zeevarenden wonen.

Trinitariërs kopen christenslaven vrij in Algiers
Het ingezamelde geld wordt afgedragen aan de Orde van de Drievuldigheid (Trinitariërs) die tot de 19e eeuw honderdduizenden gevangenen vrijkopen. In 1796 heffen de Fransen de vermogende broederschap van de bogaarden op en vorderen hun geld.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.


