Dans op het platteland – Renoir

Begin twintigste eeuw, toen de Weense wals al bijna 100 jaar populair was in Zuid-Duitsland en Oostenrijk en er in Parijs al 70 jaar de cancan werd gedanst, werd er in Nederland nog traditioneel gedanst. Wel ontstond er veel meer muzikale entertaining in bars in de grote steden. Rond 1910 worden voorzichtig de tango en de foxtrot gedanst in ons land. In de jaren 20 waait de jazz over uit de VS. In de grote steden ontstaan danstenten, leggen restaurants een dansvloer aan en kun je er dansen op livemuziek. Maar jazzbands zijn schaars bij ons. De foxtrot blijft de populairste dans. In Zuid-Limburg wordt er bij vaste gelegenheden gedanst op de muziek van de plaatselijke harmonie.

In Berg en Terblijt werd er een dansvloer, een zjwik, in een wei gemaakt tijdens de 2 kermissen die er per jaar gehouden werden. ’s Zondags was het verboden te dansen tot aan 1941. Daardoor kon de harmonie de eerste kermisdag de hele dag naar hartelust concerteren. Kermismaandag en -dinsdag kon er dan gedanst worden. In 1907, toen Harmonie Concordia haar 25-jarig bestaan vierde, kneep de pastoor een oogje dicht: ’s zondags om 10 uur ’s morgens begon al een groot Bal Champêtre (een bal in de open lucht) met strijkorkest in een feestelijk versierde wei. Er was vrij entree en er waren ‘uitstekende’ consumpties.

Dans in de stad – Renoir

Maar er waren nog meer gelegenheden om te dansen: de vrijgezellen van Houthem gingen voor de Tweede Wereldoorlog op zondagavond dansen in Valkenburg. Daar bedroeg de entree fl 1,25 en een pot bier kostte een kwartje. En met de zomer- en winterkermis was er livemuziek in de plaatselijke café’s en kon je er dansen. Per dans moesten de mannen dan een paar centen betalen. Rond 1900 is het toerisme voor gegoede burgers in Valkenburg tot ontwikkeling gekomen. Harmonie Walram organiseert bals champêtres in de Haselderhof op de Heunsberg. En er zijn dansavonden in het Pavillon, een houten gebouw afkomstig van de Wereldtentoonstelling in Luik in 1905, dat weer opgebouwd werd in Valkenburg. Het Casinohotel heeft ook een danszaal, de Casinozaal.

Gemaskerd bal

In Maastricht werden in de 18e eeuw al gemaskerde en ongemaskerde bals georganiseerd in de Hof van Tilly en vanaf 1788 in schouwburg De Bonbonnière. Bij de ingang kon je maskers en kostuums kopen of huren. Herensociëteiten organiseerden chique bals in de eeuw daarna. De Groote Sociëteit aan het Vrijthof had een prachtige balzaal. Sociëteit Momus zorgde voor bals in het winterseizoen.

Weense wals in de Hofburg in Wenen

De echtgenotes van de leden waren dan welkom. En Sociëteit des Redoutes gaf 8 keer per jaar een luisterrijk bal voor genodigden. De heren moesten in rokkostuum zijn gekleed, met lakschoenen en glacé-handschoenen. Bij de ingang van de zaal kreeg je een danskaart, een callepin, vergelijkbaar met een balboekje. In de muziekkiosk met terras in ‘Den Ingelsen Hoof’, het stadspark, werd livemuziek gespeeld op de zondagmiddag. Ook hier werden bals champêtres gehouden. Er waren genoeg dansmogelijkheden in onze regio begin 20ste eeuw. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog wordt de Amerikaanse invloed merkbaar en gaan de remmen wat losser.

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.