Romeinse soldaten – Aniello Falcone

De Romeinen kwamen, zagen en eigenden zich Zuid-Limburg toe. Onze regio was aantrekkelijk: de bossen, de vruchtbare bodem en de waterwegen waren goed te gebruiken. In de eerste plaats om hun soldaten langs de Rijngrens te voeden. Uiteindelijk creëerden ze een gecultiveerd landschap met wegen, minstens zestig villa’s (boerderijcomplexen), forten en bruggen, tempels,

Romeinse tempels – Giovanni Paolo Panini

thermen, grafvelden en zelfs een industrieterrein. Ze rooiden de plateaubossen om het hout voor allerlei bouwwerken te gebruiken en om er graanvelden te creëren. Daardoor ontstond er veel erosie. De uitgespoelde leem was vervolgens zeer geschikt om er potten van te bakken. (Na de Romeinse tijd herstelden de bossen op de plateau’s weer.

Romeinse pottenbakker – Alma-Tadema

Tot de 11e eeuw toen ze opnieuw gekapt werden.) Op de akkers werden spelt, tarwe en gierst verbouwd. Voor de Romeinse soldaten die 1kg graan per dag nodig hadden. Maar ook voor legerpaarden en transportdieren. Ook groente, fruit en noten die hier werden verbouwd stonden op het soldatenmenu. De bodem werd niet alleen gecultiveerd maar ook uitgegraven.
Zo werden mergel en zandsteen gebruikt als bouwmateriaal voor huizen, boerderijen, badgebouwen en vestingwerken. Romeinse kalkschachten werden gevonden bij villa Herkenberg in Meerssen (8m diep) en bij Rothem. De kalksteen leverde niet alleen bouwstenen.

fresco van de drie Gratiën

De geavanceerde Romeinen maakten ook cement, beton en stucwerk ervan om stevige gebouwen als de thermen te construeren. En om binnenmuren mooi af te werken en er fresco’s op te schilderen. Fijne kalksteen werd gebruikt voor bemesting. Voor bouwonderdelen was ook ijzer nodig. Zoals voor de ijzeren paalschoenen die om de voet van de brugpalen zaten. Of voor spijkers, sloten en allerlei gereedschap. Maar ook voor gebruiksvoorwerpen zoals keukengerei, spelden en sieraden. Het soldatenuniform, harnas en helm,

Romeinse soldaat met helm – Loutherbourg

bestond voor een deel uit staal. IJzer was daarvoor de grondstof, net als voor de wapens zelf, die 15 kg ijzer en 2 kg brons per soldaat bevatten.
In Zuid-Limburg was moerasijzererts of ijzeroer aanwezig in de bodem bij beekdalen of andere laaggelegen plaatsen in het landschap. Deze ijzeroer was de grondstof voor ijzer. Dat kwam de Romeinen dus goed van pas. Ter hoogte van Fun Valley Oost-Maarland zijn in 2002 o.a. een secundaire weg, 3 waterputten en minstens 12 ijzerovens uit de Romeinse tijd gevonden, een Romeins industrieterrein dus.

Druiven – Courbet

Er werd 400 kilo aan ijzerslakken van ijzeroer aangetroffen. Met slakmateriaal verhardden de Romeinen dan weer hun wegen. De Romeinen wisten ons gebied op allerlei manieren uit te buiten. Toch hebben ze een positieve erfenis aan onze streek nagelaten: een verhard wegennet en de wijndruif,

Spelt

misschien wel het begin van  onze Bourgondische levensstijl. Ze introduceerden ook de kippen, spelt en gierst. Maar last but not least leerden ze ons de vakwerkbouw, nu Zuid-Limburgs cultureel erfgoed.

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.