Vroeger haalde men in Limburg ut gooie s’rvies uit de kast voor het Kerstdiner. Veel mensen hadden naast het ‘doordeweekse servies’ ook een chiquer servies. Servies was een van de regionale specialiteiten: Zuid-Limburg was al heel vroeg een gebied van aardewerkspecialisten.
Dat begon al rond 5500 v. Chr. toen de eerste ‘Nederlandse’ boeren zich vestigden in Zuid-Limburg, de Bandkeramiekers. Ze woonden op de plateau’s langs de Maas, maar ook aan de rand van het plateau bij Bemelen. En ze maakten potten van löss, die ze versierden met lijnen. Die lijnen liepen in een band om de pot, vandaar hun naam. De Romeinen gebruikten klei iets ten noorden van de Zuid-Limburgse löss voor de pottenbakkerij. In Brunssum en in Heerlen zijn Romeinse pottenbakkersovens gevonden.

Terra sigillata uit 50-85 na Chr. gevonden in Tongeren
Het Romeinse luxe aardewerk, Terra Sigillata, dat was geglazuurd en dat ook veelvuldig in Zuid-Limburg is gevonden, werd alleen geïmporteerd: uit Duitse en Franse productiegebieden. In 1875 vestigde de kasteelheer van Brunssum de aandacht op een 6m hoge berg in de buurt van zijn kasteel: het bleek een Middeleeuwse pottenbakkersafvalberg te zijn. Bij opgravingen werden pottenbakkersovens gevonden. Ook in Schinveld werd oud aardewerk gevonden.

Middeleeuws aardewerk – Francken
Na onderzoek is gebleken dat er op grote schaal Middeleeuws aardewerk is geproduceerd in Brunssum – Schinveld vanaf ongeveer 1050 tot 1375. In de 17e eeuw ontstond er een kleipijpenindustrie in Maastricht. Rond het centrum werkten allerlei kleipijpenmakers, vooral in het Boschstraatkwartier. 2 Eeuwen later bestond er zelfs een kleipijpenfabriekje in de Hoogbrugstraat.

Man die kleipijp rookt – Teniers de Jonge
De pijpenmakers hadden meestal geen eigen oven en lieten de pijpen meebakken bij de pottenbakker. De merken op de kleipijp kwamen vaak overeen met de afbeelding op de gevelsteen van de pijpenmaker. Einde 16e eeuw werden tabak, roken en kleipijpen gangbaar. 3 eeuwen lang is de kleipijp het meest gebruikte rookartikel geweest in ons land.

De oude Sphinxfabriek
De Maastrichtse aardewerkindustrie vanaf de 19e eeuw is alom bekend met fabrieken Sphinx, Céramique (de Sjerremik) en Mosa. Het meest bekend is Pottekeuning Regout. De arbeiders in o.a. zijn fabriek werden pottemennekes genoemd. De wijk Pottenberg was aanvankelijk een terrein waar klei werd gewonnen voor de aardewerkfabrieken in de stad. De straatnamen in de huidige wijk verwijzen naar historische vormen en soorten aardewerk en glas.

Aardewerk had ook versiering nodig: Emile Regout startte in 1895 een fabriek die in de volksmond ‘het Goudfabriekje’ werd genoemd. Het bedrijf was o.a. gespecialiseerd in het maken van goudrandjes op aardewerk en glazen etc. Minder bekend is de Jema keramiekfabriek van na WOII. Hier werden o.a. keramische dieren gemaakt: vissen, katten met lange halzen en giraffen.

Een steenbakkerij – Rappard
Begin 20e eeuw werd er een stoomsteenfabriek gevestigd bij de Belvédèregroeve, waar bakstenen gemaakt werden met behulp van stoommachines. De löss van de groeve was er zeer geschikt voor. Rondom de stad bestonden begin 20e eeuw al een serie kleine steenbakkerijen.
In de Middeleeuwen zouden er zelfs al baksteenovens voor huizenbouw aan de rand van Maastricht bestaan hebben.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.



