In onze tijd hebben heel wat mensen heel wat ver-weg-reizen op hun conto staan. Ver op reis gaan is zo normaal geworden dat het begrip ‘vliegschaamte’ is ontstaan. Midden vorige eeuw waren er al Geuldal-bewoners die er niet voor terugschrokken om de wereld ver weg te verkennen. Ze gingen niet als digital nomads in een comfortabele omgeving wonen, maar leefden als echte nomaden.

Frans van Weers uit Geulhem ging in 1955 als 22-jarige 5 maanden werken in Qatar. Hij was in dienst van de Bataafse Petroleum Maatschappij als boormeester. Het bedrijf was bezig met een eerste boring in de wateren rondom schiereiland Qatar. In die tijd was het land nog een Brits protectoraat en beschikte het al over arbeidsmigranten: Indiase mensen werkten als koks, chauffeurs en machinisten. Zij verzorgden ook de maaltijden van het BPM-personeel. Het werkrooster van Frans bestond uit 8 dagen werken en dan 4 dagen vrij. In de vrije dagen kon hij het land verkennen.

Arabische tuin
Qatar bestaat uit woestijngebied en zoutmoerassen in het zuiden. In de zomer kan de temperatuur oplopen tot 46 graden. Veel mogelijkheden om je vrije tijd te vullen heb je dus niet. Maar Frans en zijn collega’s hadden permissie om ongelimiteerd de paleistuinen van de steenrijke Sheikh Ali bin Abdullah Al Thani te bezoeken. Soms slenterden ze over de Arabische markten van hoofdstad Doha. Genotmiddelen waren er goedkoop: een pakje sigaretten kostte 48 cent, een fles champagne tien gulden.

Af en toe ging hij op haaienvangst met zijn collega’s en sloeg wel eens een haai van 4 à 5 meter aan de haak. Of ze ook de grotten aan de kust of kamelenraces bezocht hebben is onbekend. Zijn volgende werkplek zou Indonesië worden.
Houden jonge mannen uit Geulhem van extreme temperaturen?
Een jaar later bezoekt een andere jonge man uit Geulhem, de dan 21-jarige Henk Krijger, de Noordpool. Hij is opgegroeid aan de Wolfsdriesweg als zoon van de directeur van LImburgsche Waterleidingmaatschappij. Met zijn vader is hij op reis geweest naar Joegoslavië, Griekenland, Zweden en Italië. De reiskoorts heeft toegeslagen.

Henk’s Amerikaanse vriend Tommy beweert steeds dat Amerika het mooiste land van de wereld is. Henk is geïntrigeerd en besluit op zijn 17e dat hij naar de VS wil emigreren. In 1955 gaat hij een opleiding tot militaire politie volgen in de VS. Als de kans zich voordoet meldt hij zich voor dienst op de noordelijkste luchtmachtbasis ter wereld: Thule in Groenland. In 1956 maakt hij met zijn peloton verschillende expedities naar de Noordpool. Hij brengt er een lange, donkere en ijskoude poolwinter door met temperaturen van min 30 tot min 60 graden.

Een jaar later meldt hij zich voor Operatie Diepvries, onderzoekingen van de Amerikaanse marine op de Zuidpool in het kader van het geofysisch jaar. Via Hawaii en de Fiji-eilanden vliegt hij naar Nieuw-Zeeland. Daar belt hij met zijn ouders. Dat gesprek heeft hij 3 dagen eerder moeten aanvragen. Op Antarctica is Henk korporaal bij U.S. Navy Task Force 43, die wetenschappers en ontdekkers ondersteunt bij hun onderzoekingen. Hij communiceert met zijn ouders via telegrammen.

Een netwerk van amateurzenders heeft zich beschikbaar gesteld om opgevangen telegrammen door te sturen naar de adressen van bestemming. In geval van nood kunnen zijn ouders het Zuidpoolstation radiografisch in 24 uur bereiken via een oproepnummer. Het ontbreekt de Geulhemse korporaal aan niets. Zo krijgt hij elke dag verse groente en vlees.
In 1954 gaat pater Geuskens uit Houthem voor het eerst naar voormalig Nieuw-Guinea.

Nederlandse missionarissen troffen in het begin van de 20e eeuw een samenleving aan van Papoea’s die nog in het Stenen Tijdperk leefden. Zij woonden in boshutten in groepen van verwanten in ondoordringbaar regenwoud op onvruchtbare grond. Door slechte voeding was er een hoge kindersterfte en werden volwassenen niet ouder dan 35 tot 40 jaar. Verhalen over kannibalisme en koppensnellen deden de ronde.

Paradijsvogel
De missionarissen organiseerden er dorpsleven met stabiele woningen, straten, scholen, medicijnen, een ziekenhuis, betere landbouw en streekbestuur. En ze bouwden natuurlijk ook kerken en stichtten parochies. (Er werd toen niet stilgestaan bij de eigen culturele en religieuze identiteit van deze mensen.) Pater Geuskens trok als pionier met de smalle prauw door de moerassige gebieden van de Digelrivier waar hij een parochie zo groot als half Nederland onder zijn hoede kreeg. En hij trok door de jungle met kleurrijke paradijsvogels naar de Papoea’s die in de bergstreken leefden. In zijn parochie lag de hoofdplaats van de streek. Pater Geuskens had, wat je nu zou noemen, een brede managementfunctie: als pastoor was hij ook gemeenteraadslid, hoofd van het ziekenhuis, bestuurslid van een scholengemeenschap, adviseur van de politie en leider van een team van maatschappelijk werkers.

Marind-krijgers uit Zuid-Papoea
Na 22 jaar in dit gebied gewerkt te hebben keert hij in 1976 tijdelijk terug naar Houthem om zijn zilveren priesterfeest te vieren.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.


