In de Middeleeuwen waren niet alle kasteelheren even ridderlijk: heel wat kasteelheren lieten zich verleiden tot roofridder-praktijken als ze in geldnood kwamen. In Zuid-Limburg waren er vooral in de 14e eeuw de nodige roofridders.

Roofridder

Ze beroofden reizigers op handelswegen of hieven onrechtmatig tol. En betaalden vaak een hoge prijs hiervoor. De 14e eeuw was een probleem-eeuw met langdurige oorlogen en de pest. De kruisboog was een nieuw wapen dat een duur harnas nodig maakte voor de ridder, zijn maliënkolder was er niet tegen bestand. Door dit alles hadden ook de Zuid-Limburgse kasteelheren moeite om genoeg inkomsten te genereren.

Met kruisbogen in de weer

 

 

De heren van Mulrepas maakten misbruik van de belangrijke handelsroute Antwerpen-Keulen die langs hun woning, kasteel Rimburg, liep: ze beroofden de reizigers. Hun heer, de hertog van Brabant, strafte hard. Hij verwoestte hun kasteel in de 13e eeuw. Reinald, heer van Valkenburg, hief onrechtmatig tol op de Maas vanaf kasteel Borgharen dat in zijn bezit was. De Maastrichtenaren waren er niet blij mee en deden hun beklag bij de prinsbisschop van Luik, die kasteel Borgharen daarop vernielde in 1318.

Kasteel Borgharen in de 16e eeuw

De motte van Eys was een beruchte roofburcht, waar Diederik Mulrepas de scepter zwaaide. Maar in 1365 had de Landvredebond onder leiding van de aartsbisschop van Keulen genoeg van de roofovervallen en liet de burcht met de grond gelijk maken. Aleidis, vrouwe van Wijlre, was getrouwd met Johan Scheiffart III de Merode. Naast heer van Wijlre, was Johan ook heer van Hemmersbach (bij Keulen) waar hij rooftochten ondernam. Zijn straf was vreselijk: hij en 3 van zijn zonen werden geradbraakt in 1366, nadat de hertog van Brabant met hulp van Keulse burgers zijn kasteel innam en platbrandde. Omdat ook Brabantse kooplieden last hadden van Johan.

Kasteel van Argenteau met de Maas op de voorgrond

Vanaf 1395 werd kasteel Argenteau bij Visé een roversnest. De heer van Argenteau had Zuid-Limburg tot zijn jachtterrein gemaakt. De kruispunten van handelswegen in Heer en in Gulpen, beter gezegd de handelsreizigers die er passeerden, waren zijn doelwit. Dat waren regelmatig ook Akense burgers. Een kudde varkens, paarden, de heer van Argenteau en zijn handlangers roofden alles wat de reizigers bij zich hadden. In 1482 was er een kleine dierentuin ontstaan op kasteel Argenteau. Pas in 1490 hield de terreur op: de stad Aken met wie de heer al lange tijd in de clinch lag, schreef een zoenbrief. De zittende heer van Argenteau schreef een zoenbrief terug en zwoer verder wangedrag af.

Kasteel van Gronsveld rond 1800

Theodoor Cauwenberg trok in het leegstaande kasteel Gronsveld in 1634. Met zijn bende maakte hij de omgeving onveilig. Troepen uit Luik en uit Aken namen het kasteel in en richtten vernielingen aan.

Roofridders waren een plaag, maar meestal keerde het lot zich tegen hen en moesten ze boeten.

Frankische roofridder op de vlucht

 

Volgens een legende was er nòg een roofburcht bij Maastricht: kasteel Lichtenberg. Het kasteel zou zijn naam danken aan de belangrijkste bezigheid van zijn bewoners, het beroven van reizigers. Zij ‘verlichtten’ deze immers van hun bezit.

 

 

 

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.