Januari is niet alleen de louwmaand waarin leer gelouwd/ gelooid werd, maar ook de wolfsmaand wanneer wolven dichtbij woningen kwamen vanwege de kou. Sinds de tweede helft van de 19e eeuw is de wolf geen bekend verschijnsel meer in Zuid-Limburg: de laatste wolf in Nederland werd in 1869 in Schinveld doodgeschoten.
Pas vanaf 2017 staat de wolf hier weer volop in de belangstelling. Er was een tijd dat de wolf regelmatig tegenwoordig was, fysiek, maar ook in het hoofd van de mensen. In Zuid-Limburg verwijzen een dertigtal locaties naar de wolf: namen van gehuchten, een boerderij, wegen, straten, velden, moerassig gebied, dalen, plateauranden, bos en hagen. Zo kom je de namen ‘wolfshuis, -hagen, -dries, -rade, -lant, -weide, -straat, -weg, -broek, -dal, -kop, -kuil en -berg’ tegen. Niet alle namen verwijzen naar het dier. Sommige wolflocaties komen van personen met de naam Wolf. Zo is de Wolfstraat in Maastricht afgeleid van een familie die uit Schwaben afkomstig was: de familienaam veranderde van Sweef in Swouf, ’s Woufstraat en zo in Wolfsstraat. In de middeleeuwen waren er al eigennamen waar ‘wolf’ in was verwerkt: de naam van de Maastrichtse bisschop Monulphus betekent sterke wolf.

Bisschoppen Monulphus en Gondulfus staan op uit hun graf
De voornamen Rudolf, Roelof, Ralph, Raoul betekenen roemrijke wolf en Adolf betekent edele wolf. De wolf werd dus niet alleen gevreesd, er was ook bewondering voor de wolf. Een zestal plekken in Zuid-Limburg dragen de naam ‘wolfskuil’. Dat was een plek waar wolven werden gevangen: aanvankelijk een diep uitgegraven kuil met loodrechte wanden en een paal in het midden met een plank of rad erbovenop waar een lokdier, (eend, gans, kip of zelfs een schaap) werd vastgebonden. De kuil werd met planten of stro afgedekt.

Valkuil
De Oude Grieken gebruikten de wolfskuil al met als lokdier een geit. Als er te vaak wolven waren gezien en schade hadden aangericht dan kwam de dorpspastoor langs om huizen en stallen te zegenen. Zijn gebed bevatte de woorden: “Opdat geen bloed moge vloeien en dat mensen en dieren gespaard mogen blijven van wolf en wolvin.” Ook werden er dan grootscheepse klopjachten gehouden. In de tijd dat de wolf een gegeven was, was het geloof in een weerwolf ook wijdverbreid. Vóór het jaar nul bestond dit geloof al.

Een weerwolf
De weerwolf was een man die zichzelf in een wolf kon veranderen op een afgelegen plek, bijv. in een bos. De uitdrukking ‘hij is uit zijn vel gesprongen’ komt hiervandaan. In het Belgische Daelhem bij de Nederlandse grens werden in 1605 twee mannen van weerwolverij beschuldigd: Jean le Loup en Henry Gardinn. Le Loup vluchtte en Gardinn kwam op de brandstapel terecht. 2 Jaar later werd Le Loup gearresteerd en naar Maastricht gebracht, waar hij werd gefolterd bij het verhoor. Hij bekende weerwolf te zijn en werd gewurgd en verbrand aan de Scharnerweg, waar men ter afschrikking een paal neerzette met een houten weerwolf erop. De wolf is weer terug. Tot genoegen en tot ongenoegen. Gelukkig is het bijgeloof in de weerwolf voorgoed voorbij.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.


