In Zuid-Limburg waren er allerlei gebruiken en volksgeloof verbonden met Kerstmis. Gebruiken met vaak een heidense oorsprong waarbij de fantasie en de inventiviteit van de mensen aan het daglicht kwamen. Zoals bekend vindt Kerstmis zijn oorsprong in het heidense Yule-feest, dat al door de Kelten werd gevierd. De Scandinavische Germanen namen dit gebruik van hen over.

Joelblok

Het feest duurde 12 dagen vanaf midwinter op 21 december: men vierde de wedergeboorte van de natuur en de ‘terugkeer’ van de zon. Vreugdevuren buiten en een versierd stuk boomstam, de joelblok, voor de haard binnen hoorden erbij. In Frankrijk en België verwijst het boomstamgebak, de Bûche de Noël, er nog steeds naar. Ook in Limburg was het kerstblok bekend.

Bûche de Noël

In een document uit 1264 bepaalde een schepen van Susteren dat de inwoners een dode boom uit het bos mochten halen om rond Kerstmis in hun haard te verbranden. De kerstboom komt van de joelboom die ook bij het Yulefeest hoorde. Maar ook de kerstbal heeft een heidense oorsprong. Koperen of glazen bollen werden in de 18e eeuw voor de ramen gehangen om heksen af te weren. De glinstering zou de heksen afschrikken.

Zo geloofde men ook in allerlei magische verschijnselen in de Kerstnacht. Bijen zouden kerstliedjes zingen en de koeien zouden praten in de stal. O.a. in Beek zette men het veevoer buiten zodat het gezegend werd. De nachtmis luidde het Kerstfeest in in Zuid-Limburg. Die begon in de eerste helft van de 20e eeuw nog om 5.00 uur ’s nachts en was een hele belevenis. Als je verder van de kerk woonde betekende dat in het pikdonker met een stallamp te voet naar de kerk in je zondagse kleren onder klokkengelui. De kerk was rijk versierd met kaarsen, er was een koor dat kerstliederen zong en er stond een grote kerststal in de kerk.

Aanbidding van de herders – Hugo van der Goes

Na de nachtmis die zeker voor kinderen veel te lang duurde was het kerstontbijt thuis bij de warme kachel een traktatie. Er werd koffie of chocolademelk gedronken en saucijsjes, zelfgemaakte bloedworst of dikke schijven leverworst gegeten. Na het Kerstontbijt werden er kerstliedjes gezongen. Het huis was met groen versierd en de meeste gezinnen hadden een al dan niet zelfgemaakte kerststal.

Een kerstboom werd vooral door stadsbewoners opgezet die er o.a. engelenhaar, zelfgemaakte figuren en vergulde noten in hingen. De boom werd verlicht met kleine kaarsjes die in de schemering werden aangestoken. Een emmer met water stond klaar vanwege het brandgevaar. Cadeautjes waren nog niet gebruikelijk. Als ze er waren dan ging het meestal om zelfgebreide sokken, wanten en sjaals. Om kinderen kerstboomplezier en snoep te bezorgen hielden katholieke vakbonden rond 1920 kerstboomfeesten waarbij de kinderen een zak snoep kregen. De kinderen van de beter gesitueerden Maastrichtenaren konden zeker vanaf 1938 beschikken over houten speelgoed als kerstcadeau. In dat jaar ontstond namelijk de Maastrichtse Houtwaren- en Speelgoederenfabriek.

© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.