De heiligen Servaas en Gerlach, althans hun relieken, trokken in Middeleeuws Zuid-Limburg grote aantallen pelgrims.

Sint Servaas
Maar er liepen ook pelgrimsroutes naar het buitenland door onze regio: het Jacobspad naar Santiago, de route naar de Mariaschrijn en de heilig verklaarde Karel de Grote in Aken en de route naar de Driekoningenschrijn in Keulen.

Gerlachus naast de holle eik
Relieken
Als een grotere plaats geen eigen relieken had dan schaften hooggeplaatsten die zelf wel aan voor aanzien en voor welvaart. Zo zou Karel de Grote 4 belangrijke relieken uit Jeruzalem gehaald hebben: het kleed van Maria, de onthoofdingsdoek van Johannes de Doper, de stoffen luier en de lendendoek van Jezus (ze worden nog steeds in de Mariaschrijn bewaard). Voor de inwijding van de Dom die Karel voor deze relieken liet bouwen, wilde hij 365 bisschoppen uitnodigen, voor elke dag 1. Maar hij kwam er 2 tekort.

Dom te Aken – Michael Neher
De Maastrichtse bisschoppen Monulphus en Gondulfus schoten te hulp: ze stonden op uit hun graf en snelden naar Aken. Het straatje ‘Klappergasse’ in Aken verwijst nog steeds naar hun klepperende beenderen. In de 12e eeuw werden voor de botten van Karel zelf de prachtige Karelschrijn gemaakt. De Keulse aartsbisschop van Dassel haalde de resten van de 3 koningen uit Milaan en liet de grootste reliekschrijn van Europa maken door de fameuze Middeleeuwse edelsmid Nicolaas van Verdun.
4 routes

Pelgrim met attributen – Niels Holbech
Langs de route naar Keulen door Houthem en Valkenburg droegen wijnhuizen en herbergen een naam verwijzend naar de 3-koningenschrijn: ‘In de 3 koningen’ of ‘De Croen’. De route naar Aken liep over het plateau via Gasthuis, Scheulder, Gulpen en Hilleshagen. Het Servaaskapittel had een gasthuis in Gasthuis. Scheulder (van ‘schuilen’) zou zijn naam danken aan het gasthuis dat er ooit was. Het Jacobspad liep via 2 routes door Zuid-Limburg. De pelgrim kon bijna net zo goed uit de voeten in onze regio als de moderne toerist.

Pelgrimsinsigne: Sint Adrianus op een leeuw
En was vaak vrijgesteld van tol. Hij droeg pelgrimskleding met bijbehorende attributen om herkenbaar als pelgrim te zijn: een pelgrimsmantel, -hoed, -tas en -staf, allen voorzien van een insigne.
Voor straf op bedevaart
Een bedevaart kon ook als straf opgelegd worden en moest je dan zelf betalen. Wie in de 15e eeuw na de avondklok een wapen bij zich droeg in Maastricht moest op bedevaart naar Rocamadour of St. Joost aan Zee.

Rocamadour
Bij overspel kon je kiezen voor een bedevaart of 3 uur aan de schandpaal bij ‘de Lanscroon’ in de Grote Staat. De handelaar die de max. prijs van Rijnwijn overschreed of graan exporteerde vanaf 3 maanden voor de Heiligdomsvaart, moest op bedevaart naar Santiago. Een slachtoffer van geweld kon bedevaart als straf eisen. De schepenbank van Epen legde een strafbedevaart op naar Keulen, Trier, Münster of Nancy, afhankelijk van de ernst van de verwondingen.

Ingangspoort kathedraal van Santiago de Compostella – Jenara Villaamil
Voor verminking was een tocht naar Santiago de straf. De veroordeelde moest ook de heelmeesterkosten en een fles wijn voor schout en schepenen betalen. Valselijk beschuldigen betekende 4 boetetochten en luidkeels schuld bekennen op de preekstoel na de hoogmis.
© 2026 Rosemarie Bovy / Tijdreizen door Zuid-Limburg. Tekst en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd.


